01-03-12
Op weg naar huis
Nog een laatste rechtstreeks airco-bus van San Fernando naar Manilla: zeven uren voor 220 km; we breken alle records. De taxi doet er vervolgens één uur over om mijn hotel in de volgende “barangay” te bereiken, wat een stad, wat een stad.
S’anderendaags een afscheidsbezoek aan Rizal park: 60 hectare in het centrum van de metropool. En vandaag stampvol. Duizenden mensen, de straten compleet geblokkeerd, afgelijnd met jeepney’s en bussen. Een immens podium: preken, gospels zingen en dansjes. De 98 ste verjaardag van de “iglesia ni christo” wordt gevierd, hun neo-gotische kerkgebouwtjes zijn in heel het land te zien. Een kerk met een nogal protestantse gedragscode en een apocaliptische boodschap: “heel binnenkort” gebeurt het, als Jezus voor de tweede keer langs komt.
Ik bezoek het mooie nationale museum, in dit park gelegen. De inhoud van de San Diego, een Spaans galei dat in de 16 eeuws zonk voor de kust van Manilla, wordt hier tentoon gesteld. De Filippijnen als kruispunt op de landkaart! Kruiken, porselein en metalen gebruiksvoorwerpen uit China, Thailand, Japan, Malysië, Spanje en de Filippijnen. Glazen uit België!

Een vrouw spreekt me aan, jaja, ik kom uit het land van de glazen en chocolade. Daar hebben ze ook een “iglesia ni chriso” kerkje, in Brussel, ik zou het een keer moeten bezoeken, misschien…….en of we samen op de foto kunnen? Een Filippijn biedt je een bekering aan bijna als een geschenk, zoals dagdagelijks zijn vriendelijkheid.
Ze zijn goed geweest voor mij deze mensen. Ze hebben me al lachend vertroeteld en verzorgd voor weinig geld, zijn niet één keer uit hun slof geschoten. Ze hebben mijn bagage helpen dragen als ik het vroeg, en ook vaak als ik het niet vroeg. Ze hebben me getrakteerd, mijn jeepney ticket betaald, speciaal omgereden, vriendelijk de weg getoond, eindeloos gevraagd naar mijn ouderdom en “compagnion”. Beide zaken niet in te schatten voor de eeuwig jong uitziende familiegebonden Filippino. Mij al mijn vergeten spullen nagedragen tot en met het wisselgeld toe. Op straat gevraagd “how are you” zonder de minste bijbedoelingen en me laten genieten van de schoonheid van hun archipel.

“is it realy so beautiful?” Ach, de simpelen van geest. Bijna elk gesprek met een Filippino gaat over immigratie, een nationale obsessie. Het trauma van de kolonisatie: het is altijd beter in het land van de vroegere overheerser.
“Slow down your feet” werd me geadviseerd bij het zien van mijn haastige pas. Ik heb het geprobeerd, me laten wegglijden in de langzamere, vriendelijke, alsmaar verdragende modus. Maar nu, volop bezig met de terugreis, koop ik stilte en ruimte, mijn hoofd al gedeeltelijk in België. Een minder goedkoop hotel, een Italiaans restaurant, een taxi. Eénmaal de wil de plaatstelijke condities te accepteren vervalt, komt men terecht in de dure westerse standaard.
En zo glijd ik langzaam, de psyche al sneller dan het lichaam, richting België.
Voila, de reis zit er op. Het was “how do we call this?” mooi en aangenaam.
Tot binnenkort in Gent! Greta

07:36 Gepost door greta de wolf | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |



